Wafels, Breakaway republics and Baroque-style

Ik werd heel moeilijk wakker vandaag: ik lag er waarschijnlijk tegen vijven in, om tien uur was ik er weer uit. De eigenaar van het hostel, een gespierde Canadees, bereidde het ontbijt: moddervette wafels. Dat is een apart begin van de dag.

Goedemorgen, wafels als ontbijt. Welkom in het Jimmy Jump House!

Goedemorgen, wafels als ontbijt. Welkom in het Jimmy Jump House!

Vandaag had ik naar een fall-outbunker kunnen gaan om met AK-47’s te schieten, maar ik kies toch weer voor de free walking tour van vandaag.Met de helft van het hostel volgt ik een ietwat onzeker Litouws meisje, die vrij droog de feiten over de omgeving opdreunt. Pas als we de Republiek Uzupis binnenkomen ontdooit ze een beetje. Maar dat moet ook: het is verplicht om te lachen in deze niet-officiële minirepubliek.

De minirepubliek is zo’n vijftien jaar geleden door journalist en dichter Thomas Chepaitis opgericht in wat toen een van de slechtste gebieden van de stad was. De republiek is tegenwoordig een gezellige wijk met veel ruimte voor kunstenaars, krakers en journalisten. Ook de burgermeester van Vilnius, Artüras Zuokas, woont in dit gebied. Hij past overigens goed bij het karakter van de wijk: hij geldt als een van de meest ‘rare’ burgermeesters die de stad ooit heeft gehad. “He’s some kinda crazy man”, aldus onze gids. Dat dat niet helemaal uit de lucht gegrepen is, blijkt wel uit dit filmpje. Waar hij dat pantservoertuig vandaan heeft gehaald is niet helemaal duidelijk, want het Litouwse leger beschikt over slechts een handvol tanks.

Maar terug naar Uzupis. Uzupis staat tegenwoordig bekend als een kunstenaarsbolwerk. Uzupis betekent ‘aan de andere kant van de rivier’, naar de rivier Vilnia die het stadsdeel scheidt van Vilnius. In 1997 verklaarde het stadsdeel zich onafhankelijk en viert elk jaar op 1 april zijn ‘onafhankelijkheid’. Die dag zijn er paspoortcontroles (met stempels) op de vele bruggen die Uzupis met Vilnius verbinden en is het dagen lang feest. Op deze dag wordt ook de nationale vlag gehesen, die vanaf dan een jaar lang blijft wapperen op de Uzupio gatves.

Het stadje heeft ook een in vijftien talen vertaalde grondwet, waar helaas ons taaltje nog niet tussen zit. In de grondwet zitten een aantal ´normale´ artikelen en motto´s tussen, zoals artikel 5 “Man has the right to individuality”, maar ook rechten als artikel 12 “A dog has the right to be a dog” en artikel 1 “People have the right to live by the River Vilnele, while the River Vilnele has the right to flow past people.”

De Grondwet van de breakaway-republic Uzupis

De Grondwet van de breakaway-republic Uzupis

Echt serieus lijken de Uzupianen zichzelf niet te nemen, zo blijkt ook uit de vele rare standbeelden in het stadsdeel: zo is er een standbeeld van Frank Zappa, het enige ter wereld, en is er ook een standbeeld van een gigantisch ei.

Hoewel de mini-republiek met haar zevenduizend inwoners en leger van elf man tegenwoordig een relatief vrolijke bedoening is, was dat lang niet altijd zo. Het stadsdeel werd ooit eens bewoond door een grote Joodse populatie, die zich vanaf de zestiende eeuw op de oevers van de Vilnia vestigden. Voor de tweede wereldoorlog was bijna 45% van de bevolking van Vilnius Joods. Bijna niemand van hen overleefde de Holocaust, zo´n 70.000 Joden en 20.000 Polen werden geëxecuteerd in de bossen van Panerai. Prostituees en zwervers trokken in de achtergebleven huizen in Uzupis.

Maargoed, genoeg tragische geschiedenis vandaag. Ik volg de gids terug Vilnius in, over de met sloten behangen bruggen (goh, waar zouden ze dat nou van hebben?) naar de oude stad. Over de bruggen van Uzupis heeft ze nog een leuk weetje: een man moet zijn bruid op de dag van de bruiloft over zeven bruggen dragen. Dat zou nog stammen uit de Sovjettijd: niemand had een auto of fiets, dus moest een man bewijzen dat hij sterk genoeg was. Volgens onze gids lag dat iets anders: het is een idee van een taxichauffeur. Omdat er nauwelijks auto’s waren, reden taxi’s vaak het trouwpaar door de stad. De zeven bruggen zorgden voor wat extra kilometers en dus extra geld in het laatje, maar de Litouwers vonden het idee zo leuk dat het al snel een echte Litouwse traditie werd.

Na de free walking tour boek ik een busticket naar Riga. Voor zo’n 60 lt vertrek ik om 06.30 uur morgenochtend vanaf het ietwat lugubere busstation van Vilnius. Hopelijk red ik dát wel, want de bus is de moeite waard: volgens het ticketoffice is er WiFi, gratis koffie en een overschot aan stopcontacten aan boord. Ben benieuwd.

Als ik terug loop, breekt ineens de zon door. De wat grauwe stad blijkt ineens een kleurenparadijs te zijn. In het gouden zonlicht blinken de felle pastelkleuren van de poorten, kerken en huizen je tegemoet. Ietwat verdwaasd loop ik rond, mijn camera maakt overuren.

In de stad ga ik nog even langs het KGB-museum, dat gevestigd is in het gebouw waar de KGB jarenlang oppositieleden ondervroeg, martelde en in een aantal gevallen uiteindelijk executeerde. Met foto-exposities vertelt het museum over de verzetsstrijd van Litouwen tegen de Duitsers en Sovjets, maar het meest indrukwekkende is wel de gevangenis in de kelders van het museum. In de kelder zijn de verschillende isoleer-, ondervragings- en martelkamers te zien. Ook kan je er een blik werpen in de kamer waar de KGB definitief een einde aan haar tegenstanders maakte.

In het donkere Vilnius loop ik nog even een rondje langs een aantal van de veertig kerken van de stad. Ze hebben ze er in allerlei vormen en maten: oversized basilieken van het formaat van die van Pisa (jeweetwel, met die schuine toren, maar hier staat ‘ie recht) en een hoop overbodige pracht en praal, somberdere Barokke kloosterkerken, van zilverwerk glanzende kapelletjes. Zelfs in het donker pieken de torens boven de stad uit. In bijna geen enkele kerk durf ik foto’s te maken. Overal zitten mensen gebogen voor de altaars en het is er zo stil dat het geluid van mijn sluiter de rust zal verscheuren.

Terug in het hostel probeer ik aan de uitnodigingen om te gaan stappen te ontsnappen. Ik maak geen schijn van kans: ik word gewoon meegetrokken. “Come one, just for a few hours, you can sleep in the bus!”

This slideshow requires JavaScript.