Vilnius – Riga: gemiste bussen en kilometers besneeuwd niets 

Wat begint deze dag toch goed: vandaag heb ik wéér een bus gemist. Ik was misschien ook een beetje overmoedig toen ik me gisteren liet overhalen om toch nog even op stap te gaan met de rest van het hostel. Ik schijn zelfs nog wakker te zijn gemaakt om mijn bus te halen, maar daar kan ik me niets van herinneren. Als een kamergenote me met een bezorgde ‘jij-had-toch-al-weg-moeten-zijn’-blik wakker maakt is het buiten al licht: het is allang zes uur geweest.

IMG_2608

In alle haast grijp ik alles bij elkaar en prop het in mijn backpack. Als ik naar beneden ga, probeert de het baliemeisje weer een paar van de befaamde wafels aan mij te slijten. Geen tijd, ik moet zo snel mogelijk naar het busstation. Ik schiet mijn schoenen aan en stap de straat op: op naar Riga.

Twee beren van buschauffeurs draaien zich om als ik met mijn bagage het kantoortje van LuxExpress binnenstommel. “Riga? Tallinn?”, vraagt de een. “Riga”, is mijn ademloze antwoord. “Good”, bromt hij, en hij draait zich weer om. Ik koop snel een kaartje voor de minder luxe SimpleExpress van tien uur en loop verder naar het busstation. Geen WiFi, gratis koffie en stroom dus. Helaas. De buschauffeur laadt mijn bagage in, ik stap in de bus, eet wat oud brood en val in slaap.

Dat ik hier even mijn ‘Rail-only’ plan doorbreek, komt door de belabberde spoorverbinding tussen de hoofdsteden van deze buurlanden. Van Vilnius vertrekken treinen naar Sint Petersburg, Moskou, Minsk, Kaliningrad en verder, maar om naar Riga te gaan, moet je ‘s avonds de trein richting Sint Petersburg nemen en overstappen in de provinciestad Daugavpils. Daar zal je ook moeten overnachten, want de volgende trein naar Riga rijdt pas om zes uur ‘s ochtends. Het is een boeiende route, en Daugavpils is op zich geen lelijke stad, maar omwille van de tijd neem ik deze keer maar de bus. Ooit moet Rail Baltica, een Europees monsterproject, de verbinding tussen Warszawa, Kaunas (Litouwen) en Riga gaan verbeteren, maar voordat het zover is zal er nog veel water door de Daugava stromen.

Als ik even later wakker wordt, zie ik nog net de laatste grote winkelcentra voorbijglijden. Dat is één van de dingen die na de val van de Sovjetrepublieken is veranderd: de Baltische Staten zijn overspoeld met spiksplinternieuwe winkelcomplexen vol Gucci- en Pradawinkels, Mc Donalds en Zara’s. Na de suburbs van Vilnius maken de kale flats plaats voor eindeloze velden en bossen. Regelmatig haalt de bus een tragere auto of vrachtwagen in op de tweebaansweg, zonder aan de kant te gaan voor tegenliggers. Hobbels in de weg houden me uit de slaap.

Bij de Letse grens moet de bus even aan de kant. Een ambtenaar van de migratiedienst loopt door de bus, vraagt iedereen om papieren, bekijkt even grondig mijn identiteitskaart en vertrekt weer. Welkom in Litouwen!

Litouwen lijkt weer minder Europees: dorpen zijn hier kleine verzamelingen van huizen met een betonnen gebouw in het midden, verbonden door kaarsrechte wegen. Kerktorens of flats zijn nergens te zien, het hoogste bouwsel dat ik zie is een watertorentje.

Tegen twee uur rijdt de bus de bruggen over de Daugava bij de beruchte party- en Hanzestad Riga over. De brede rivier is egaal wit. In de zijarmen van de brede rivier zitten ijsvissers met hun hengels op het ijs. Oude trams kruisen door het verkeer heen, trolleybussen zoemen langs de houten huizen. Langs de Jugenstilgevels van de oude stad rijdt de bus door het drukke verkeer naar het busstation. De stad kreeg ooit eens de naam ‘Parijs van het Noorden’ vanwege de drukte en de overdreven versierde gebouwen. Op het lelijke Sovjet-busstation parkeer ik mijn koffer weer in het bagagedepot, waar hij voor het eerst wordt gewogen. Het onding weegt 22,6 kg, geen wonder dat de wielen het maar amper houden.

In Letland hebben ze ook een eigen munt. Nadat ik wat geld heb gepind is mijn portemonnee gevuld met euro’s, Litas, Lats en Roebels. Hier en daar vind ik nog een verdwaalde Zloty en zelfs nog een Tsjechische Kroon.

Na deze inventarisatie sjor ik mijn backpack weer op de rug en loop ik snel langs de zwervers, straatmuzikanten en verkoopsters de oude stad van Riga in. In de kleine keienstraatjes zoek ik naar het hostel uit mijn Lonely Planet, het Naughty Squirrel Hostel. Met zo’n naam moét je er wel naartoe, puur om uit te vinden hoe een stoute eekhoorn er uitziet.

Het blijkt de naam te zijn van een hostel met een kleine deur en héél veel ruimte. Binnen word ik onthaald met een glaasje Riga Black Balzam, een bitter kruidendrankje met 45% alcohol. Het zou medicinaal werken, wat misschien vooral een excuus is voor het feit dat het niet bepaald lekker smaakt. Maar mij maakt het niet uit, ik dump mijn tas en pak een douche. Heerlijk.

Voor het avondeten vertrek ik naar Lido, een restaurant met een lopend buffet van typisch Litouwse gerechten. Voor een paar euro eet je jezelf vol met de lokale keuken, die vooral ‘veel’ en ‘vet’ als sleutelwoorden lijkt te hebben. Ter afsluiting haal ik een bak koffie in de Coffee Inn (soort van Baltisch DE-koffiecafe) om de hoek en ga even zitten schrijven voor dit blog.

’s Avonds probeert de hostelcrew mij en een zwik Duitsers de stad in te krijgen. De Duitsers zitten hier omdat ze aan de Universiteit van Riga geneeskunde kunnen studeren zonder aan de hoge toegangseisen van de Duitse Universiteiten te hoeven voldoen. Het nieuwe semester is net begonnen, maar de meesten hebben nog geen kamer kunnen vinden en blijven noodgedwongen in het hostel zitten. In uitgaan hebben ze geen zin, aan de bloeddoorlopen ogen te zien hebben ze dat wel even genoeg gedaan. Na wat contact met Nederland ga ik naar bed. Even bijslapen voordat ik morgen begin aan de laatste etappe van mijn reis: de rit naar Tartu.

This slideshow requires JavaScript.