Ook al ben ik al ruim een week in Estland, hier de laatste ‘etappe’ van mijn trip naar Estland. In de toekomst ga ik nog een gezellig tripje maken naar Finland en ligt er mogelijk ook nog een trip naar Rusland in het verschiet. Waarom niet? Maar eerst even kort de rest van het verhaal:

Ik ben goed in missen, ik weet het zeker. Vandaag zou ik met de trein van 13.10 via Valga naar Tartu reizen, dus ik had nog even de tijd om Riga te bekijken. Om 11.00 zou er weer een free walking tour zijn, waarvoor we moesten verzamelen onder de St. Johns Church in de oude stad. Mijn tas liet ik in het hostel. Eigenlijk wilde ik naar de rondleiding door ‘Little Moskow’ en over de legendarische zwarte markt van Riga, maar dan zou ik mijn trein missen. Dus om elf uur stond ik bij de kerktoren, samen met de gids. Verder was er niemand.

De ruim 100 meter hoge kerktoren van de Peterskerk

Na twintig minuten wachten besloot mijn gids, Toms, dat dit het maar moest zijn: hij zou mij alleen gaan rondleiden. Dus daar loop je dan, in je eentje achter een gids aan, door de koude straten van Riga. Op zich niet verkeerd, want zo krijg je wel van alles wat mee. Over alle kleine Riga’se tradities kan ik wel een hele nieuwe entry volschrijven. Bij elk gebouw kreeg ik een korte opsomming van de legenden en feiten te horen. Zo zijn de kanonnen die op de hoeken van Riga’s straten uit de grond steken overblijfselen uit de oorlog van de Russische Tsaar tegen de Zweden. De stad werd van november 1709 tot juli 1710 belegerd door het Russische leger, waarbij de stad niet alleen leed onder honger, maar ook onder de pest.  Die eiste meer slachtoffers dan de gevechten zelf. Na die  slopende strijd werden de gebruikte kanonnen ingegraven. Ze waren niet alleen leuk als decoratie ter herinnering aan de oorlog, maar ook handige stootkussens om de wielen van de koetsen van de kwetsbare huizen af te houden.

Verder is ook Riga vergeven van de mooi gekleurde huisjes en kerken. In Riga hebben die nog een apart tintje meekregen: achthonderd huizen in de binnenstad zijn in Jugendstilstijl ontworpen. Want als ‘Duitse’ stad kon Riga natuurlijk niet achterblijven bij de laatste mode, en zo werd de stad zelfs hoofdstad van deze stijl: Riga heeft meer Jugendstilgebouwen dan Wenen. Sommige architecten kregen als bijnaam de ‘taartenbakkers van Riga’ omdat ze nieuwe en bestaande gebouwen van allerlei tierelantijntjes voorzagen.

Typisch Riga: Jugendstil all over

Typisch Riga: Jugendstil all over

Na afloop kreeg ik van m’n gids, nadat hij me onsubtiel duidelijk maakte dat ik in Tartu reclame voor hem moest gaan maken, wéér een glaasje black Balzam. In eerste instantie was ik weinig blij, maar hij wist zeker dat ik deze variant wél lekker zou vinden. En hij had gelijk, dus bij deze: lust je de ‘bruine fles’ Riga Black Balzam niet, dan moet je de zwarte variant een keer proberen. Stukken beter.

Snel dumpte ik nog wat Lats bij mijn gids, om vervolgens met grote stappen naar het Naughty Squirrel Hostel te lopen. Snel de tas oppikken en door naar het busstation. Daar mijn koffer ophalen en door naar het treinstation, vanwaar mijn trein, dacht ik, om half een moest vertrekken.

Niet dus. Om kwart over een kwam ik aan op het station, druk op zoek naar het loket. Bij het loket werd me heel kort duidelijk gemaakt dat er geen trein naar Tartu meer reed vandaag: die ging om 13.10. Ik moest maar een bus nemen.

Op het busstation bleek de eerste bus pas om kwart voor zeven vanavond te gaan. Kortom: nog een hele dag in Riga. De bagage kon weer terug het depot in. De verbaasde blik van de bediende negeerde ik maar. Ik zwierf wat door de stad, keek naar de zwervers en de zingende straatvrouwtjes, dronk koffie, at een pizza bij de Baltische pizzaketen Chilipica, liep hier en daar naar binnen. Aan de zwarte markt waagde ik me nu even niet, niet alleen.

Zwarte bossen, witte wegen

’s Avonds kon ik dan eindelijk in de LuxExpress bus naar Tartu. De bus zat bomvol opgepompte Russische basketballers, onderweg naar St. Petersburg, maar er was ook een Belg die met zijn Estse vriendin naar Tartu moest. Prima. Dankzij mijn Belgische buurman, de WiFi en een film op mijn laptop kwam ik de ruim drie uur durende rit wel door. Dat het hard sneeuwde deerde de buschauffeur niet: met honderd kilometer per uur inhalen kan ook best op een ondergesneeuwde tweebaansweg.

Na kilometers zwarte wouden en sneeuw reed de bus Valga binnen: eindelijk, Estland!

Nog een uur en heel veel bos en sneeuw later doken er in de verte wat lichten op. De uitgestorven wegen werden iets minder uitgestorven, aan de eindeloze bossen en ondergesneeuwde wegen kwam een eind: Tartu kwam in zicht. De Estse vriendin van de Belg stuiterde zowat de bus door, blij dat ze na maanden in het buitenland weer thuis was.

Onbekend thuis

Op het busstation in Tartu wees de Estse mij de weg naar het Raatuse-studentencomplex, waar ik de komende zes maanden zal wonen. Ik werd vrolijk begroet door mijn kamergenoten, een lange Nederlander, een ietwat mollige Turk en een Spanjaard. De Spanjaard had zijn vrienden uit Riga en Hamburg over de vloer: had ik zin om zo mee de stad in te gaan?

This slideshow requires JavaScript.