Nationalisme in de zon

Vanochtend worden we voor de verandering eens gewekt door de zon, die rechtstreeks onze kamer inschijnt. Ik kleed me aan, pak een snelle douche en ga in de koelkast op jacht naar wat ontbijt. Ik kan de voorraad die ik met Lucas had aangelegd niet vinden, maar gelukkig biedt een Finse vrouw me een ontbijtje aan.

Vandaag is het de Estse onafhankelijkheidsdag. Eén van de twee. Dat betekent: militaire parades, optochten en feesten, toespraken van de president (die hier gewoon zonder bodyguard over straat kan) en een hoop Estse vlaggen. Interessant om te zien dus.

IMG_3134

Zoals ik al eerder verteld heb, heeft Estland twee onafhankelijkheidsdagen, die ook allebei gevierd worden. De eerste is 24 februari, vandaag dus. Dat is de onafhankelijkheidsdag van de Eerste Estse Republiek, die in 1918 werd uitgeroepen. Die republiek werd maar 22 jaar oud: in 1940 namen de Russen de macht over. Ondanks het korte bestaan van dit Estland, hebben alle Esten de 24ste toch vrij. De eerste republiek symboliseerde wel dat van droom van de Estse Republiek echt werkelijkheid kon worden. De Esten hadden aan onafhankelijkheid geroken, daarvoor gevochten en die gekregen. Zonder de Eerste Republiek was het nationale gevoel onder de Esten nooit zo sterk geworden.

En sterk ís het Estse gevoel. De Esten zijn trots op elke vierkante kilometer van hun jonge land. Ze hebben het over ‘hun’ berg (iets meer dan 300 meter), zijn dol op hun taal, hun bossen en moerassen. In dat laatste geval moeten ze ook wel, want het grootste deel van het land bestaat uit bossen en moerassen.

Als ik het hostel verlaat, stuit ik in de Viru straat weer op een grote colonne brommende vrachtwagens en jeeps met kanonnen. Met een onderlinge afstand van misschien twintig centimeter staan ze opgepropt in de smalle straatjes. Opvallend is dat sommige van de DAF-vrachtwagens Nederlandstalige opschriften hebben. “Massa leeg 8100 kg. Massa max. toelaatbaar 11750 kg” en “Hoofdschakelaar”. Maar ach, je komt ook Nederlandse rupsvoertuigen tegen in Egypte en je hoeft ook niet vreemd op te kijken als een Chileens Marineschip een Nederlands fabrieksplaatje heeft.

Ik loop langs de stoet rookuitbrakende machines door de stad. Het plein waar alles gaat gebeuren is makkelijk te vinden: gewoon de rij auto’s en vrachtwagens volgen.

Het plein is bomvol. Overal zie je kleine Estse vlaggetjes, aan de gevels van de gebouwen aan het plein hangt een enorme Estse driekleur: Blauw-Zwart-Wit. De ceremonie start om 12.00 uur bij het monument voor de gevallenen in 1918-1920, dat overigens door veel Esten niet echt wordt gezien als een aanwinst. De militaire  vertoon van de verschillende erewachten. President Hendrik Toomas Ilves loopt de verschillende legeronderdelen langs. Allemaal weinig boeiend, want waar het publiek op wacht, is het volkslied en de militaire parade.

Het Estse (en trouwens ook Finse) volkslied

Foto’s

This slideshow requires JavaScript.

Na afloop scoren we snel nog een lunch in een overvolle bakkerij en keren we per bus weer terug naar Tartu. De zon verlicht het winterlandschap en ineens begin ik te snappen waarom de Esten zo dol zijn op hun land.

This slideshow requires JavaScript.