Dag 1, 11 april – Tere Hommikust of Доброе утро?

Daar stond ik dan, vier uur  ’s ochtends onder de douche. Nauwelijks geslapen in de nacht voordat ik dé reis zou maken waar ik al weken naar uitkeek: dé reis naar Rusland.

IMG_4403

Деньги, geld in Roebels voor onderweg. Ik had de intentie zo min mogelijk mee terug te nemen.

Op de een of andere manier heeft Rusland altijd tot mijn verbeelding gesproken. Waarom zou ik niet meteen kunnen zeggen. Ik ben van na de Koude-Oorlog en heb het IJzeren Gordijn nooit kunnen zien. Het Communisme kende ik alleen van films, het Rode gevaar alleen van boeken en verhalen van mijn ouders. En dat bestaat allemaal niet meer, of in ieder geval, niet meer in deze vorm.

Misschien zag ik Rusland als een alternatief voor het Westen, een andere moderne grootmacht, met een sterke eigen cultuur. Met hun eigen regels, stijlen en geschiedenis. Een geschiedenis die de laatste tijd veel wordt opgehaald (en verdraaid) om het ‘Moderne Rusland’ van Poetin te onderbouwen.

Rusland had voor mij in de weken dat ik aan de Tartu Ülikooli studeerde steeds meer vorm gekregen, maar dan vooral in het abstracte: de vakken Media in Russia en The Theory of International Law and Human Rights in Russia hadden heel selectieve beelden van Estlands grote buur geschetst. Een land dat zich als staat keurig aan Internationaal recht houdt, maar de rechten van de mens met grote voet overtreedt. Een land waarin de burgers ook nauwelijks voor hun rechten opkomen: de massa werd eigenlijk toch altijd al overheerst. Een land dat door de Esten regelmatig werd afgeschilderd als de grote boeman: Is iets in Estland slecht, in Rusland is het nog altijd slechter. Een land waarin de journalistiek een stormachtige beweging had doorgemaakt, maar nou voor een grootdeel een blaffende hond die niet bijt is geworden. Een land zonder felle discussieprogramma’s over de politiek, omdat de media voor een belangrijk deel uit de hand van Poetin eten. En een land dat zo immens groot is, dat er in het algemeen nauwelijks wat over te zeggen valt.

Maargoed, terug naar die ochtend, 11 april 2013. De nacht daarvoor was duidelijk niet bedoeld om te gaan slapen. In het appartement en op de gang was het een herrie van jewelste. Het was weer zo’n extreem late Raatuse-avond. Op het moment dat ik met mijn backpack op mijn rug het appartement uitliep, kwam roommate Dani in zeiknatte kleding giechelend binnenzetten: ze hadden een waterglijbaan op de gang gemaakt, door doodleuk de helft van de gang onder water en zeep te zetten. Afscheidsfeestje.

Maargoed, om half vijf werden we bij onze bus verwelkomd door onze gids Alina, een Russische Estse. De laatste feestgangers die wel meegingen zwalkten de bus binnen, namen plaats en vielen in slaap. De rest deed zijn best hun voorbeeld te volgen, maar door de bochtige weg van Tartu naar Narva was dat niet heel makkelijk.

IMG_4415

Twee kilometer en twee uur grens

Tegen de tijd dat we op de weg naar Narva zaten, werd het licht, zodat we Narva in al zijn lelijkheid konden aanschouwen. Grote vervallen flats, vuile wegen, grote blokken garageboxen en vervallen winkeltjes. En tussen al die lelijkheid een enorm fort uit de 14e eeuw. Hier moesten we ruim een uur wachten, totdat we één van de drie bruggen over de Narva River mochten oversteken, Rusland in. De paspoorten werden door de Estse grenswacht gecontroleerd. Aan de andere kant van de rivier moesten we weer wachten en zelfs de bus uit: Russische grenscontrole. Hele bus leeg, iedereen door de controle, elk paspoort moest gecheckt worden en er mochten ab-so-luut geen foto’s worden genomen. Weinig vrolijk kijkende douanebeamten keerden onze paspoorten binnenstebuiten, voerden een hoop mysterieuze gegevens in op hun computer en drukten vervolgens met een oorverdovende klap een stempel op de paspoorten. Bijna een uur later waren de ruim 45 man door de douane heen en konden we door naar de volgende check, waar gecontroleerd werd of onze paspoorten wel netjes waren afgestempeld. Ach ja.

Het duurde even twee uur, maar dan ben je er ook echt: Rusland. Op het eerste oog leek het niet zo veel te verschillen van Estland. Ook aan deze zijde van de Narva jõe kijkt een groot veertiende-eeuws fort uit over de rivier. En de weg is breder, de straten stoffiger. Dat is het wel.

Na een uur of wat verder is dat wel anders. De dorpen zijn rommelig en vervallen, de sneeuw grauw, alle borden in het Cyrillisch en de wegen zijn slecht, écht heel slecht. Door grote gaten moet de bus regelmatig uitwijken, voor bruggen hard afremmen. En het verkeer is net zo rampzalig als je van de Russische dashcamfilmpjes zou verwachten. Mensen met de grootste auto’s rijden vaak het slechts. De buschauffeur moest verschillende malen vol op de rem. En ohja, het duurt even voordat je het doorhebt: er zijn veel minder bossen.

Ons eerste doel op Russische grond is het enorme zomerpaleis van tsarin Katherina de Eerste, in het dorpje Tsarskoye Selo. Het enorme paleis werd gebouwd door de mensen die ooit meer macht dan God hadden in Rusland, de tsaren. Het heeft zijn oorsprong in 1717 en sindsdien meerdere keren herstijld. Want ja, als machthebber moet je natuurlijk met de tijd meegaan. Het hoofdgebouw is meer dan 325 meter lang en voorzien van té veel details. De binnenzijde is nog indrukwekkender: de hoeveelheid gouden decoraties is bizar.

Opmerkelijk genoeg is het gebouw pas sinds 2003 weer te bezichtigen. Hitlers troepen vernietigden het grootste deel van het gebouw tijdens hun terugtocht in 1944, maar de archivarissen van het paleis hadden alle bouwtekeningen, foto’s en kleine onderdelen op hun vlucht naar Midden-Rusland meegenomen. Op basis van die documenten kon het interieur weer in het uitgebrande paleis worden teruggebouwd.

Eigenlijk is het een wonder dat het hele gebouw de vernietigingszucht van de communistische partij heeft overleefd. Lenin stelde het ter beschikking aan het volk, met het als achterliggend idee dat het ooit gebouwd was ten koste van en door het volk, en dat het nu dus aan hen teruggegeven zou moeten worden als huis van cultuur en vakmanschap.

Maargoed, we liepen achter een andere gids door het gebouw heen, op bruine slofjes. We zagen de spiegelzaal, de balzaal, de eetzaal, de amberzaal en nog een hele zwik andere zalen. Vervolgens werden we door onze gids, voorzien van een handig buikmicrofoontje, meegenomen om nog een halfuurtje door de smeltende sneeuw in het park te ploeteren. Heerlijk, vooral voor de katerende feestgangertjes van vanochtend.

This slideshow requires JavaScript.

First Night in Russia

Na deze wandeling kon iedereen weer terug de bus in, op naar Sint Petersburg. Alina had de tijd en het verkeer prima ingeschat, want met een uur vaststaan in het verkeer kwamen we alsnog min of meer op tijd in het Бизнез оцель Карелиа aan. Omdat we met een oneven groep waren, werd ik als enige alleen in een kamer ingedeeld, op de vijftiende etage. Ik wist niet helemaal of ik daar nou blij of verdrietig om moest zijn, omdat alle anderen op de negende etage zaten.

IMG_4483

‘Uitzicht’ over Sint Petersburg, vanuit mijn kamer

Nadat we incheckt waren en het hotel onze visa had gevalideerd, mochten we de stad in. Voor een paar roebel konden we met de minibus naar de ‘oude’ binnenstad. Dat leverde een probleem op, want natuurlijk had bijna iedereen alleen maar briefjes van 500 roebel of meer op zak. Daar kan je weinig mee als de rit met de minibus tien roebel kost. Daarnaast ‘moest’ iedereen onder het mom van ‘als we gaan, dan gaan we met zijn allen’ met de minibus mee. Dus hielden we de arme chauffeur de hele tijd tegen, om op maatjes te wachten.

Na tien chaotische minuten reden we dan toch eindelijk naar de stad. In de binnenstad zwierven we wat rond over de overvolle straten van Sint Petersburg, liepen we langs de БУРГЕР КИНГ en de МС ДОНАЛДС en kozen we voor een Georgisch restaurant. Even wennen: binnen mag gewoon gerookt worden en om de een of andere reden hingen er drie discobollen aan het plafond en stond de airco op 15 graden Celsius.

Eleven O’clock lockdown en юри гагарин день

We waren gewaarschuwd om te zorgen dat we uiterlijk elf uur weer in een bus terug naar ‘onze’ kant van de stad zouden zitten. Daarna zouden de bruggen over de Neva open staan voor het scheepvaartverkeer. Tunnels zijn er namelijk niet tussen de verschillende oevers van deze stad met 4,88 miljoen inwoners, en de metro is geen alternatief. De eerstvolgende kans om de rivier over te steken zou drie uur ‘s nachts zijn, wanneer de bruggen even voor een half uur dicht gaan. In die tijd ontstaat er een waar spitsuur. Midden in de nacht.

Kwart over elf komen we aan bij de plek waar de minibus ons af had gezet. Gelukkig, ze staan er nog: de winter duurt zo lang dat de Нева-rivier toch nog bevroren is, dus de bruggen zijn nog niet geopend. Met z’n tienen vullen we het busje, een bont gezelschap van Amerikanen, Duitsers en Nederlanders. De enkele rus in het busje voelt zich er een beetje verloren bij, behalve een jongere vrouw, die een praatje aanknoopt. Ze blijkt in veel verschillende plaatsen in Europa te hebben gewoond en ‘zou in Rotterdam gaan wonen’ , maar dat ging niet door. Klinkt als een verbroken relatie. In ieder geval oefende ze even haar roestige Nederlands op ons uit en vertelde honderduit over de stad, maar was nog benieuwder naar waar wij dan vandaan kwamen. Dat Tartu het antwoord was verbaasde haar. “Wat moet je daar nou?”

Voordat we weer terug naar ons hotel gingen, liepen we met een paar jongens nog even een obscuur barretje onder een van de vele flats in de wijk binnen. Via een klein trappetje kwamen we in een kleine, vol sigarettenrook staande bar. Een paar oudere mannen keek ietwat verbaasd om toen daar een zooitje jongeren met een duidelijk stempel ‘Niet-rus’ op hun voorhoofd binnen kwam zetten. Maar dat weerhield hen er niet van om in ladderzat Russisch tegen ons aan te kletsen. We werden er meermaals op gewezen dat het vandaag Juri Gagarin-, of Космонавт-(Kosmonaut) dag was, om vervolgens op een onnavolgbaar verhaal getrakteerd te worden. De Duitsers werden ‘Facist’ genoemd, wat ze vervolgens handig oplosten door over voetbal te beginnen. Na een biertje waren de Duitsers en Russen grootse vrienden. Hollanders waren wel prima, waarna de dokter onder het stel een betoog afstak over de schadelijke gevolgen van roken. Oke. Jezelf een stuk in de kraag zuipen is wel gezond natuurlijk. Na een of twee biertjes besloten we het maar voor gezien te houden: morgen weer een dag.

Die zal ik wat korter beschrijven.