Dag 5, 15 april Theemokje leggen

Zo’n dertig kilometer voor Pskov word ik wakker, als de trein even midden in het bos stilstaat. Ik nestel me tegen het raam aan en zie de zon een dappere poging doen om door de wolken te breken. Hier en daar liggen nog grote plakken sneeuw, maar de dooi heeft gisteren duidelijk ingetreden.

Vandaag komen we aan in Pskov, een middelgrote provinciestad dicht bij de Estse grens met een rijke geschiedenis en een zichtbaar armer heden. Met haar ruime 200.000 inwoners is het een stuk groter dan haar zusterstad Tartu. Volgens Wikipedia heeft de stad ook een stedenband met Nijmegen. Geen idee of ze daar wat mee doen. Als de trein langzaam Pskov binnendendert zie ik het Rusland zoals ik het me had voorgesteld. Of eerder, zoals ik me Wit-Rusland of Oekraïne had voorgesteld: vervallen, stoffig, vervuild, armoedig. Afgeragde auto’s op slechte wegen, mensen die tussen de sporen doorscharrelen en vervallen fabrieken die duidelijk nog op kolen draaien.

De trein loost zijn lading op het opvallend lage perron, de vijfenveertig studenten staan wat katerig op het perron. Onze gids, Alina komt als laatste naar buiten, en ze kijkt niet blij. “De conducteur mist vijf theebekers”, vertelt ze. “Uit onze wagon. Een aantal van jullie heeft ze niet terug gebracht en de conducteurs moeten elke missende theemok van hun salaris betalen. Dat gaat al snel over 100 roebel per stuk. Dit is me nog nooit gebeurd. Geef ze terug.” Lange tijd blijft het stil op het perron, totdat een paar jongens en een meisje in hun bagage beginnen te zoeken. Tassen gaan open, schorvoetend worden drie stuks teruggegeven. Na aandringen van Alina komt er ook een vierde tevoorschijn. De vijfde ontbreekt nog steeds: mogelijk is die gisteravond gesneuveld. “Goed, dan moeten we het met zijn allen betalen”, vindt Alina. Mokkend hoest de groep een aantal roebels op, totdat het genoeg is. Met stevige tred leidt Alina ons vervolgens door het station, langs de metaaldetectors (die overal staan, maar waar niemand echt op schijnt te letten), naar een nieuwe bus die alweer op ons staat te wachten.

De bus rijdt ons door Pskov naar onze ontbijtlocatie, een of andere bierstube die bereid is gevonden ons van een ontbijtje te voorzien. Het eten is redelijk slecht, maar ach, na een lange nacht in de trein ben je blij met alles.

In Pskov bekijken we even het Pskov-Kremlin, een klein fort waar vroeger heel veel huizen en kerkjes omheen hebben gestaan.  Pskov is een van de oudste steden in de regio, de stad wordt voor het eerst genoemd in 903. Later werd de stad een Hanzestad  en werd de stad geregeerd door een van de eerste democratische regeringen. Als stadstaat had Pskov niet veel vrienden: alleen al in de vijftiende eeuw overleefde het fort zesentwintig aanvallen. Helaas was de stad niet opgewassen tegen de Moscovieten in de zestiende eeuw en de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw. Wat rest is vooral vergane glorie: ruines.

Jottem! Nog een kerk.

We bekijken even de fundamenten en lopen dan de orthodoxe kerk zelf binnen. De meisjes moeten weer schorten om en hoofddoeken op: heilig gebied. Binnen zijn allerlei verschillende relieken en kunstwerken te zien, maar na de vele kerken en kathedralen in Moskou maakt deze relatief kleine kathedraal nauwelijks indruk meer. Toch is de “schatkamer” nog best indrukwekkend, de ruimte is volgepropt met gouden altaren, kunstwerken en iconen.

This slideshow requires JavaScript.

Binnen niet al te lange tijd stonden we weer buiten, waar de uitlaatgassen van het Russische verkeer onze longen streelde. Vanuit de bus was duidelijk te zien dat Pskov een leuke plaats had kunnen zijn als er geld was geweest. Het ligt met zijn fort prachtig aan de rivier, en her en der staan vervallen eeuwenoude gebouwen, die met een goede onderhoudsbeurt best wat toeristen zouden kunnen trekken. Onderweg valt op hoe ontzettend slecht de wegen erbij liggen. Regelmatig moet de bus afremmen en uitwijken voor de gaten in de weg. Het geval is een van oorsprong Nederlandse bus, zo te zien aan de opschriften binnen. Ik hoop dat we vandaag “Nooduitgang” en “In geval van nood glas inslaan” niet nodig hebben. Ook staat op elk kruispunt een politieagent met zijn knuppel te zwaaien. Tja, zal wel ergens goed voor zijn.

Onverwacht juweeltje: het Petseri Klooster

Buiten Pskov krijgen we in een gigantische supermarkt nog even de gelegenheid om onze laatste Roebels uit te geven, waarna we doorrijden naar het Пско́во-Печ́ерский Успе́нский монасты́рь –  Petseri Klooster in het Ests, in Pechory, zo’n tien kilometer van de Estse grens. Dit kloosterfort is opgebouwd rond een grotkerk uit de veertiende eeuw. Dit klooster is een van de oudste ononderbroken actieve kloosters, in gebruik sinds zijn oprichting in 1473, zelfs tijdens de wereldoorlogen en het Soviet-regime.

Het mannenklooster ligt in een armoedig dorpje. Zodra de bus tussen de gaten in de weg tot stilstand is gekomen, komen de bedelaars naar de bus toe. Ze stinken zwaar naar goedkope vodka en houden hun in zwachtels gewikkelde handen naar de meisjes uit de groep op. Alina jaagt ze snel weg.

In het klooster moeten de meisjes verplicht schorten en hoofddoeken om. Hoop gegiechel natuurlijk. Het klooster zelf ligt dankzij zijn zware fortmuren in een oase van rust. Alles is goed onderhouden, de tuintjes zien er goed uit. Raar gevoel, zo na Pskov en Moskou. In de tuintjes werken vrouwen uit het dorp, die in ruil voor twee maaltijden per dag de tuinen en zalen van het klooster onderhouden. Het klooster is in hoge mate zelfvoorzienend: er is een eigen ziekenboeg, ze eten hun eigen groente en er is geen internet en nauwelijks elektriciteit. De monniken eten overigens alleen vis, wat wel was te ruiken bij een van de grotten die alleen voor vis wordt gebruikt. We lopen achter onze gids aan, drinken wat water uit de bronnen van het klooster en kijken even binnen. Te veel kerken gezien dit weekend.

This slideshow requires JavaScript.

Paspoortperikelen

Daarna vertrekken we naar de Estse grens. We bereidden ons voor op weer twee uur wachten, maar dit keer waren we snel aan de beurt bij de grenscontrole. Het gaat allemaal voorspoedig, totdat de grenswachten op een meisje met een Hongkongs paspoort stuiten. Die wordt een half uur lang aan een zorgvuldige controle onderworpen: de ambtenaren hadden dit nog nooit gezien en na een telefoontje naar Moskou blijkt dat ze wel bestaan. Kort daarna belt Moskou terug dat er kort geleden een zooi vervalste paspoorten is opgedoken. Zit je dan, tussen twee landen in. De rest van de groep dumpt zijn laatste roebels in het minuscule taxfreewinkeltje op het smalle strookje niemandsland.

Na nog een ruim half uur bij de Estse grenspost, aan de andere kant van de rivier, kunnen we dan eindelijk weg. Door het Estse achterland snelt de bus over de veel betere Estse wegen naar Tartu en zet ons netjes voor Raatuse af. Ik vuur nog snel even een aantal vragen over Russische visa op Alina af, sleep dan mijn bagage de trap op naar mijn kamer en val op bed: eindelijk lekker slapen.