Hé balen, een Mercedes

Natuurlijk heeft Tim ook nog wat anders gedaan dan AK47’s leegschieten op de schietbaan in Tartu. Voor het weekend hadden we een auto gehuurd om Noord-Estland te verkennen vanuit Tallinn.
Nadat de avond van tevoren de stad verkend was, stonden we op zaterdagmorgen vroeg op om onze auto in ontvangst te nemen. De verhuurder kon helaas geen Volvo leveren, dus moesten we het met een gigantische mercedes stationcar doen. Ver-schrik-ke-lijk.

IMG_5092

Wat wél een nadeel bleek, was dat de Mercedes een automaat was en allerlei kleine defectjes had. Defect nummer 1: centrale deurvergrendeling deed het niet. Wat voor gevolgen dat zou gaan hebben wisten we toen nog niet. Defect nummer 2: de spiegels konden niet versteld worden. Erg vervelend in de drukke binnenstad van Tallinn. Defect nummer 3: het alarm was niet echt logisch. Daar zouden we nog achter komen.

Zonder al te veel gedoe werd de auto aan ons overgedragen (om een rijbewijs vragen? Helemaal niet nodig) en reed Tim de auto naar een parkeergarage. Snel kochten we wat proviand, waarna ik de eer kreeg de auto de stad uit te rijden. Reisdoel voor vandaag was het Lahemaa National Park en dan later op de dag nog even een ritje naar Narva.

Helaas duurde het even voordat we de stad uit waren. De wegen in Tallinn zijn nou niet bepaald logisch, dus na twee rondjes reden we eindelijk op de van te veel gaten voorziene weg naar Narva. Ik had geen idee hoe hard je hier mocht rijden, dus ik hield een nette honderdtwintig aan. Door de comfortabele logge Mercedes had ik al snel niet meer door hoe hard ik reed. Onderweg tikte ik onbewust een paar keer rustig de 160 aan.

Dat we een paar keer de juiste afslag misten lag niet aan de snelheid, noch aan de kaartleesskills van Tim. Ze waren eenvoudigweg niet aangegeven. Op de snelwegen in Estland moet je niet verbaasd opkijken als er traktors oversteken, wielrenners over de vluchtstrook rijden, een auto even door de middenberm keert of iemand langs de weg stopt om aardbeien te gaan plukken. Daarnaast heb je ook te maken met de vaak roekeloos rijdende russen op weg naar de grens bij Narva. Alsof de CIA ze op de hielen zit.

Met een hoop gezoek kwamen we uiteindelijk op de meest rare en fraaie plaatsen in het Lahemaa National Park. Een heel mooi gebied met prachtige wegen, bossen en vooral verschrikkelijk mooie kusten. Check de foto’s, zou ik zeggen. Al het gezoek kostte ons de mogelijkheid om naar Narva te gaan, maar dat vond Tim al lang niet erg meer. Als aspirant-coureur cq. boomvouwer had hij zijn lotsbestemming in dit gebied al gevonden: we reden kilometers rond, om vervolgens een korte stop te maken en weer verder te gaan.

This slideshow requires JavaScript.

Tegen het einde van de dag moesten we op zoek naar een slaapplaats. We aten in een verschrikkelijke kitchtent langs de hoofdweg en gingen op zoek naar een slaapplek. Volgens mijn telefoon (lang leve 3G) zou er in het landhuis van Sagadi een hostel moeten zijn. Na een vermoeiende rit door het al donkere bos draaiden we tegen tienen de Mercedes de oprijlaan van het landhuis op. Helaas hadden ze geen hostelkamer meer, maar de receptioniste wilde ons niet door de nacht op zoek laten gaan naar een ander hostel: voor vijftien euro p.p. konden we wel in een hotelkamer slapen, zonder ontbijt.

Snel haalden we onze bagage uit de auto en zetten per ongeluk het alarm er op zonder dat de deur op slot zit. Gevolg: een snerpend autoalarm gilt door het doodstille landgoed. Met een flinke reeks onvervalst Nederlands gescheld kregen we het alarm er weer af. Ietwat beschaamd liepen we het hotel weer in.

We waren de enige gasten in het hotel, afgezien van een gezelschap slecht geklede en ontzettend luide Russen, die hier op iets van een familie-uitje waren. We dronken een Johnny Walker in de bar en doken op bed. Uitgeput.