Nòg een kutidee

Ik weet niet of ik het al genoemd had, maar Estland kent nogal wat eilanden. 1521 om precies te zijn, waarvan er een groot aantal bewoond is, en waarvan er een paar groot genoeg zijn om er een marathon op te organiseren. Twee van de Nederlanders in Raatuse, Ben en Lucas, hadden het lumineuze idee opgevat om daar maar eens aan mee te gaan doen. Julian en ik vonden dat een prachtig plan, dus gingen wij ook mee. Voor de mentale ‘support’, op naar Hiiumaa, het een-na-grootste Estse eiland.

Via een Estse vriendin die ooit eens op het eiland geboren was, hadden we onderdak geregeld, en via onze oude bekende Rendi-autorent hadden we een kleine Peugeot 206 gehuurd. De route was uitgeprint, dus we konden op pad.

Lekker proppen

Direct na mijn mondeling examen Russisch konden we op pad, ruim 300 kilometer en ruim zes uur rijden. Met alle bagage bleken we nogal dicht op elkaar te zitten. Het 206’je was natuurlijk een tweedeurs bakje, want lekker goedkoop. Voor 21 euro per dag wilden we best wel wat luxe inleveren:  we blijven studenten.

Tegen de avond kwamen we bij de veerhaven buiten Haapsalu aan, waar we voor €1,50 per persoon de twee uur durende oversteek naar Hiiumaa konden maken. Op Hiiumaa viel het ons op hoe bizar rustig en leeg het eiland was, zelfs vergeleken met de al niet al te drukke regionen van Estland waar we doorheen waren gereden. Niet dat het er heel anders uitzag dan de rest van Estland: ook Hiiumaa is bebost, leeg en vlak. Wel heel erg groen.

In het pension in Käina werden we hartelijk ontvangen door de oudere eigenaresse en haar kat. Ze wist dat we geen Esten waren en ook geen Finnen, dus nam aan dat we Duits waren. Niet dat het veel verschil maakte, want Duits of Engels sprak ze toch niet.

We reden nog snel even het dorp in om op zoek te gaan naar wat eten, maar om negen uur was er op de vier lokale hangjongeren en twee scooters na niemand te bekennen. In een restaurant dat helemaal leeg, maar nog wel open was, haalden we even vier keer “Päevapraad” en twee bier. Na nog tijdens een avondwandelingetje door de muggen lekgeprikt te worden maakten we dat we binnenkwamen.

Goede start

Onze gastvrouw stond om zeven uur al op om ons ontbijt klaar te zetten, en wat voor ontbijt: Estse cake, eierpannekoeken, toastjes met gesmolten kaas, warme worstenbroodjes en goede melk. Balen voor Ben en Lucas, maar wij konden ons heerlijk volvreten, al zaten er wel af en toe wat kattenharen tussen.

Goed gevuld doken we weer in onze rode Peugeot, die zwaar door de vering zakte, en gingen op weg naar de punt van het eiland, waar de marathon zou beginnen. Onderweg kwamen we er achter dat de hardlooproute voor de halve en de hele marathon alleen maar over asfalt liep, en dat terwijl de temperatuur al lekker boven de 22 graden Celsius lag. Arme jongens…

Na een hoop gezoek (toch moeilijk, een vuurtoren vinden op een vlak eiland), hadden we de startplaats van de marathon gevonden. Een enorm dikke vent knalde er in een vermoeid tempo wat Ests commentaar door de microfoon, terwijl onze ‘renners’ klaar gingen staan. Julian en ik namen het er in de zon maar even lekker van, om onze bleke Estse huidjes even wat bij te laten kleuren. Daarna gingen wij er als volgauto achteraan. Gewoon tussen de renners door rijden was geen enkel probleem, want verkeer was er toch nauwelijks.

Uiteindelijk hebben Ben en Lucas de route nog best snel gelopen, onder de twee uur. Daarna zijn we nog even naar de kust gegaan om even af te koelen in het koude water van de Oostzee. Zie de foto’s.

This slideshow requires JavaScript.

En dan terug. We hingen nog even rond in Kärdla, de grootste plaats van het eiland. Daar was íets meer te beleven, maar we moesten er vooral de lokale dronkaards van ons af houden. We werden er goed aangestaard door de lokale jongeren in hun Volkswagen golfjes, dus we besloten na een biertje er maar vandoor te gaan. Een uur te vroeg kwamen we bij de boot aan, waar we nog even genoten van de zon. We hadden toch nog zeven uur te gaan naar Tartu…