Narva, de Bijlmer van Estland

Eén van mijn roommates in Tartu, Chris, had de beschikking over een auto gekregen. Reden om die eens uitgebreid te testen op de Estse wegen. Tijd voor een ritje naar Narva!

De Estse Donjon

Een van de vier grote steden in Estland is Narva, de stad in het uiterste noordoosten van Estland. Tegenwoordig wordt Narva door veel Esten eigenlijk niet meer als echt Ests gezien: 95% van de bevolking, zo niet meer, bestaat uit etnische Russen. Alleen dankzij de strenge taalwetten in Estland geldt Ests er nog als officiële taal. Dat is niet altijd zo geweest: tot 1940 was de stad nog een bloeiende Estse industriestad, die in de gevechten tussen het Rode Leger en de terugtrekkende Wehrmacht bijna compleet in as werd gelegd.De stad werd herbouwd, maar in de Sovjet-stijl en door Russische arbeiders. De weggevluchte oorspronkelijke bewoners, de Esten en Russische Oud-Gelovigen, mochten niet meer terugkeren.

De stad ligt tegen de Narva-jõgi aan, de rivier die vanaf het Peipsi järv (meer) naar de Baltische golf vloeit en de grens tussen Estland en Rusland vormt en bestaat vooral uit grote, lelijke, slecht onderhouden flats. Aan de oever van de Narva River staat een enorm fort, recht tegenover een vergelijkbaar fort aan de overkant. Jarenlang was een kabelbaantje tussen deze twee forten de enige manier van communicatie tussen de Zweden en het Russische Rijk en later tussen Estland en Rusland. Nog steeds is de grens met zijn drie grensposten bijna ondoordringbaar, maar tegenwoordig is er wel een klein strandje aan de Estse kant, waar de bewoners van de industriestad kunnen zwemmen. Afgelopen lente verdronk er overigens ook een olifant, maar dat is een compleet ander verhaal.

Op weg naar de stad reden we langs het Peipsi-meer, waar het barstte van de ‘Suitsu kala’-stands, oftewel gerookte vis. De kleine dorpjes langs het meer zijn interessant, omdat hier de laatste Oud-Gelovigen kerkjes staan, vaak opvallend versierd. Ook is het duidelijk dat de bewoners hier erg arm zijn. We reden door Mustvee, het enige plaatsje van enige betekenis langs de kust van het meer. Veel meer dan een handvol houten huizen, een kerkje en een kustwachtstation is het niet. Het enige dat er goed uitziet, is de grote hoeveelheid buitenhuisjes langs de kust. Voor de rest ziet alles er wat armoedig uit.

This slideshow requires JavaScript.

Narva is niet veel beter. Duidelijk is wel dat de prijzen een stuk lager zijn dan in Tartu. Mag ook wel: er staat slechts één blok oude huizen overeind, plus nog wat gebouwen die in beslag zijn genomen door het Estse grensverdedigingsleger. Het fort is wel toegankelijk, momenteel zijn er nét de middeleeuwse dagen aan de gang: €4,- entree, om een paar ‘ridders’ die elkaar wat tikjes met botte zwaarden geven te mogen zien. Tsja. Op het binnenplein houdt een jong paar hun bruiloftsfotosessie, geflankeerd door een stel zware SUV’s en mannen in slechtzittende pakken.

Het uitzicht vanaf de muur op Rusland en de grensovergang is wel interessant. Een maand of drie geleden reed ik daar nog door, op weg naar St. Petersburg. Die paar honderd meter kostten ons twee uur. Bizar. Ook staat er nog een beeld van Lenin op het hoekje van het binnenplein van het fort. Een van de laatste in Estland, naar het schijnt.

Een gigantische regenbui jaagt ons terug de auto in. In de stromende regen vertrekken we terug naar Tartu, weer ruim tweeënhalf uur in de auto…

Tartu-Mustvee-Narva: 189 km