Into the unknown: Roemenië

Iets voor twaalven stonden we weer met onze rugzakken in de enorme monumentale hal van het Budapest Keleti-pu station. We hadden een groot deel van onze dag doorgebracht met het zoeken naar een internetcafé en het kopen van Interrailtickets: we waren dat gestress om treinkaartjes te kopen zat. De rest van de tijd hebben we geïnvesteerd in het oppikken van gratis blikjes cola en lekker eten inslaan voor de reis naar Sibiu, Roemenië. We zouden om 23.30 uit Budapest vertrekken en de volgende dag om 09.29 in Blaj aankomen. Even wachten op de volgende trein en door naar Sibiu, waar we om 11.59 zouden aankomen, stelden we ons zo voor.

De lange nachttrein stond klaar in het geelachtig verlichtte Keletip-pu station. We lieten onze ticketes zien aan de wagenbegeleider en wurmden ons met onze backpacks naar binnen. We deelden onze coupé met een jong Tsjechisch stel dat twee weken lang de bergen in zou gaan en twee oude Roemeense dames die in Oostenrijk een baantje hadden. We maakten onze bedden op, spraken nog wat met onze coupe-genoten, keken op onze buik naar de verdwijnende lichtjes van Budapest en gingen slapen.

Romanian Morning

De volgende morgen waren we bij lange nog niet waar we wilden zijn. Het was al bijna licht toen we de grensovergang bij Curtici overstaken en toen de zon al een poos op was waren we dan wel Arad voorbij (of misschien waren we er nooit langsgekomen), maar bij Blaj waren we nog lang niet. De trein reed op een slakkegang door het extreem groene Roemeense landschap. De topsnelheid zal af en toe tegen de 80 kilometer per uur zijn geweest. We wisten toen nog niet dat het nóg langzamer kon.

IMG_7353

We passeerden kleine, vervallen boerderijtjes, paard en wagens en oude boerinnetjes in moestuinen. De begeleider deelde water en zoutjes uit, ter compensatie van de vertraging, die inmiddels al tot meerdere uren was opgelopen.

De trein vertraagde bij een klein dorpje. “Weer werkzaamheden zeker”, dachten we. En toen stonden we ineens in Blaj. “Blaj?”, vroeg ik aan de Roemeense wagenbegeleider. “Yes yes, here, now!” In grote haast hesen we onze backpacks op de rug en stuntelden we de wagon uit. We belandden niet op een net perron, maar meer in het grind naast het spoor. Top.

Het werd nog beter: we waren nog maar net bij het vervallen stationsgebouw toen bleek dat onze trein naar Sibiu al lang weg was. Gelukkig waren we niet alleen. Een grote groep Tsjechische backpackers moest ook richting de Fagaras bergen bij Sibiu, dus besloten we samen op te reizen. Terwijl de Roma-kindjes om ons heen zwierven en “Bonbon, bonbon, please” naar onze Mentos wezen, kwamen wij er achter dat de stationschef absoluut geen Engels of Duits sprak. Ook geen Frans. Of Russisch.

This slideshow requires JavaScript.

Blind

Maar daar wist ze wel een oplossing voor. Van de volgende trein naar Sighisoara plukte ze een meisje dat wél Engels sprak en zette die vervolgens handig in als tolk. Ze vertelde ons dat we eerst naar het dorpje Copsa Mica moesten, om daar vervolgens de trein naar Sibiu te nemen. Helaas staat er nergens op het station aangegeven of de volgende trein naar onze bestemming ging, en daarnaast hadden we geen idee waar die plaatsen op de kaart van Roemenië liggen: onze Interrailkaart was nou niet echt gedetailleerd te noemen. Als je mazzel had, stond de bestemming op de trein aangegeven, maar vaak was dat alleen de eindbestemming, en stonden de tussenstations er niet op. We besloten maar af te wachten en hielden in de tussentijd de rondhangende Roma scherp in de gaten.

Na verschillende keren vragen kwam dan eindelijk de trein naar Copsa Mica binnenrijden. We geloofden eigenlijk niet dat dit serieus nog een trein was: de verf was overal afgebladderd, de deuren werden met touw en kettingen bij elkaar gehouden, door de ramen was amper nog wat te zien. Nadat we onszelf in de trein hadden gehesen, reed de trein in een gezapig schommelgangetje richting Copsa Mica. Hij deed ongeveer een uur over dertig kilometer, en zo voelde het ook vaak: we haalden paard en wagens met moeite in. Maar we hadden toch al geen haast meer: we deelden gezellig een paar biertjes met de Tsjechen.

Wachten

In industrie- en ijzerstad Copsa Mica stapten we met ruime vertraging weer uit de trein. Natuurlijk was onze aansluiting al lang weg. Copsa Mica zag er beduidend beter uit: de boel werd grondig gerenoveerd. Mag ook wel, want de stad staat niet goed bekend: het was jarenlang de meest vervuilde stad in Europa. En er waren geen Roma, dus we voelden ons een stuk veiliger. Maar de blikken van de mensen uit de passerende treinen stelden ons een stuk minder op ons gemak.

This slideshow requires JavaScript.

We ruilen met de Tsjechen een aantal euro’s tegen de Roemeense Lei en kochten ons eerste ‘normale’ eten van de dag: gevulde croissants. Dure grap, goede tip: altijd wat euro’s bij je houden.

Na wat gestoei met de straathonden en een halve dag wachten, kwam dan eindelijk, eindelijk onze trein aan op het station: een oud, omgebouwd Duits dieseltreinstel. Ook hier deden de deuren het weer niet. In een van de ramen zat een gigantische ster.

De overvolle trein reed fluitend door een prachtig landschap naar Sibiu. De reus van een conducteur controleerde de kaartjes en hield nauwlettend de Roemenen in de gaten. Tegen vijf uur ’s middags waren we dan eindelijk in Sibiu. In het station vroegen we naar hostels, haalden we geld en trokken de stad in. Sibiu is duidelijk een toeristenstad: alles ziet er een stuk beter en welvarender uit dan in Copsa Mica en Blaj (dat overigens ook best leuk schijnt te zijn). Ook wel logisch eigenlijk. Het oude stadje was in 2007 Cultuurhoofdstad van Europa, en daar moest het natuurlijk voor opgeknapt worden.

This slideshow requires JavaScript.

Na een stuk heuvel-op lopen bleek dat de Tourist information dicht was, maar we vonden uiteindelijk een leuk, klein hostel, dit keer wél uit de Lonely planet. In hostel Felinarul werden we gastvrij ontvangen door de eigenaars, een Ierse vrouw en haar Roemeense man. Eindelijk konden we ontspannen. Die avond aten we nog goedkoop en heel uitgebreid in een restaurant en dronken we nog een biertje in de kroeg. Kosten: 15 euro, voor twee personen.

Hoe overleef ik mijn eerste keer in de armere delen van Roemenië? Een paar tips

Ook naar Roemenië?Dan hier een paar tips:

– Plan je reis zorgvuldig en houdt rekening met vertragingen. In sommige delen van Roemenië is het spoorwegnet heel erg slecht en lopen vertragingen op tot meer dan twee uur, maar meestal valt het relatief mee. Let op met je overstap. Reisplanner Căile Ferate Române Călători.

– Neem een gedetailleerde kaart mee: dan kan je de aangegeven bestemmingen opzoeken. Soms heten de stations ook anders dan de stad waar ze bij liggen. Ook handig om bij vertragingen andere reismogelijkheden te bekijken.

– Neem altijd wat euro’s mee. De euro is gewilder dan de Lei of de Hongaarse Forint. In geval van nood valt er mogelijk mee te betalen.

– Let op Roma. Ook al zijn de vooroordelen over de Roma niet altijd waar, het is niet onverstandig om er rekening mee te houden; op veel stations hangen zwervende en bedelende kinderen rond. Ze zijn erg brutaal, maar als je bij je spullen blijft, zullen ze er niet al te snel aan rommelen. Geen eten of geld geven, dan blijven ze komen. Negeren is de beste manier.