From Russia with Love

Toen onze trein, de IR 383 “Bulgaria Express”, tegen kwart over twaalf ‘s nachts eindelijk het Buchuresti Gara Nord binnenliep had hij  op zijn weg vanuit Moskou/Москва al een uur vertraging opgelopen. Op zich bewonderenswaardig voor een trein die er al ruim 1750 kilometer op heeft zitten.

Zodra de trein tot stilstand kwam, kwam de massa backpackers en Roemenen op het perron in beweging. Russen, Oekraïners en Moldaven stroomden de trein uit terwijl wij op zoek gingen naar onze wagon. We hadden een couchette gereserveerd, maar we waren verrast toen we uiteindelijk voor een grote Russische wagon stonden, het type dat ik kende van de nachttreinen waar ik in Rusland al verschillende nachten in had doorgebracht. Een Russische Prodovnik controleerde onze kaarten en bracht ons naar onze bedden.

En die waren verrassend luxe. Twee heerlijk zachte matrassen met dito dekens in een gezellig, maar ontzettende klassiek uitziende coupe. We deelden de coupé met een Amerikaan en een Bulgaarse die naar haar kantoor in Sofia ging, omdat er in het weekend geen vluchten van Bucuresti naar Sofia zijn, waardoor ze dan maar met de trein moest.

Piepend en krakend reed de trein het station uit, op naar nog meer onbekend gebied voor mij: Bulgarije.

Breakfast in the Balkan

De volgende ochtend werden we gewekt door de zon die door het raam op mijn bed scheen. De trein trok door een prachtige vallei met enorme bergpartijen aan beide zijden. We waren in de kloven van het Balkan-gebergte. Toen ik op mijn horloge keek, besefte ik dat de trein vertraging had: in plaats van bergpartijen, hadden we nu al de voorsteden van de Bulgaarse hoofdstad moeten zien.

This slideshow requires JavaScript.

Ik kleedde me aan, wekte Antine en besloot maar even wat door de trein te lopen. De Prodovnik was in de weer om ontbijt te maken op het kolenfornuis in het kleine keukentje van de wagon. De geur van gebakken ei en spek verspreidde zich door de wagon. Ook stond er een theeketel, zoals gebruikelijk in de Russische nachttreinen. Ik besefte me dat ik nog wat Russische Roebels van mijn trip naar Rusland overhad. Ik haalde zo’n dertig roebel uit de diepten van mijn rugzak omhoog en liep naar het keukentje. “Sorry, I have a question. How much is tea, чай?”, probeerde ik voorzichtig. “In dollars?”, bromde de Prodovnik. “Njet, Rubli.” “Рублы? Tы гаварить по-русски?” (Roebels, spreek jij Russisch?), klonkt het verrast. Met een triomfantelijk gevoel en een echte kop nachttrein-thee keerde ik terug naar mijn coupe. Kwam mijn Russisch toch nog van pas.

Een nieuwe stad: София

Pas tegen elf uur kwam onze trein dan eindelijk in София/Sofia aan, al vonden we de vertraging niet erg: zo zagen we tenminste nog wat van Bulgarije. Helaas waren de toiletten wel al een ruim half uur van tevoren afgesloten, waardoor we wat onfris op het perron van de miljoenenstad stonden. Een of ander raar ventje met een toeristenpas kwam op ons afgelopen. Hij vroeg of we hulp nodig hadden. Wij zeiden nee. Hij negeerde het ‘nee’ en ging door met vragen of we een fijne reis hadden gehad en begon te vertellen waar het Tourism Office was, waar de Wasteels was, waar de beste taxi’s te vinden waren en waar we een hostel konden boeken. Ik begon weer uit te leggen dat we het wel zouden halen, maar de vent hield maar aan. Op de een of andere manier besloot ik hem maar te volgen: politieagenten keken me meewarig aan.

Gelukkig was de vent geen kwaaie: hij bracht ons netjes waar we zijn moesten, wees ons een pin-automaat en hielp ons met de bagage-afgifte. Maar vooral deed hij ontzettend zijn best zijn aanwezigheid en hulp er ‘noodzakelijk’ uit te laten zien. Uiteindelijk stuurden we hem weg voor een paar Lev (wéér een andere munteenheid). Bedankt maat, tot nooit weer ziens.

In het Wasteels-office (Voormalige Wagon Lits, tegenwoordig reisbureau in Oost-Europa) boekten we onze nachttrein naar Belgrado/Београд, omdat ons verblijf in Sofia eigenlijk een lange overstap is. De baliedame moest daar wel om lachen en tipte ons over haar favoriete plekken in Sofia. Ze leende ons een toeristische kaart van Sofia, want volgens haar was er nergens een te krijgen. Het is blijkbaar slecht gesteld met dit reisbureau. Zelfs het wisselgeld moest ze uit eigen portemonnee halen.

Occupy Bulgaria

Met een aftandse tram reden we de stad in. Sofia is leuk, maar het is duidelijk een stad die te lijden heeft gehad onder het communisme: veel van de oude gebouwen zijn vervangen door Sovjet-flats. Om de historie terug te halen, zijn hier en daar flinke opgravingen naar de Romeinse ruïnes van de stad.  Toch heeft de stad nog sfeer: er is veel leven op straat, er zijn veel markten en winkels. Rond het centrale plein, het parlement en de Alexander Nevsky-kathedraal (ja, ook hier) is een enorm park aangelegd. Een prima plek om te genieten van het verse fruit dat je net gekocht hebt, of om naar de betogers te kijken die hier al dagen tegen de corruptie schijnen te demonstreren. Ze hebben zelfs Occupy-achtige tentjes opgezet. De situatie oogt merkwaardig rustig: politieagenten in ME-outfit lopen even naar de koffietent om de hoek, of lezen rustig een krantje. Hun helmen en schilden hangen in de struiken. Toch schijnt het er hier behoorlijk heftig aan toe te kunnen gaan. Vooral een aantal dagen na ons bezoek liepen de spanningen hoog op.

Maar terug naar de stad: de stad is leuk, maar niet heel bijzonder. De grote markten zijn interessant, het badhuis is helaas nog steeds dicht en het is één van de weinige steden waar een moskee en synagoge bijna tegenover elkaar staan. Daarnaast is het bier er goedkoop en de koffie is heerlijk sterk. Wennen na al die toeristische bestemmingen.

This slideshow requires JavaScript.

Toch vonden we het geen probleem om weer op de nachttrein te moeten stappen: zo boeiend is Sofia niet, vertelde ook een Nederlandse zakenman die we op straat tegenkwamen. Plovdiv/Пловдив schijnt leuker te zijn.

En door…

In de gouden stralen van de zonsondergang stond de Brzi 292 “Nuš naar Belgrado/Београд te wachten. Twee aftandse, propvolle wagons en een kleine locomotief: dat is de internationale trein tussen twee miljoenensteden. Het is duidelijk dat de treinen in dit land beginnen af te takelen. Een vatsige conducteur neemt onze tickets aan en wijst ons onze plek in de overvolle trein.
Alle coupé’s zijn bezet door backpackers: Duitsers, Fransen, Slovenen, Zwitsers, Nederlanders. De toiletten stinken verschrikkelijk, het raam gaat met moeite open. Welkom bij de Železnice Srbije, de Servische Spoorwegen.

This slideshow requires JavaScript.

Als het donker wordt, staat de trein stil bij de grens. Douaniers komen de trein in, werpen een vlugge blik in de paspoorten, zoeken in de plafonds en kijken onder de banken. Een paspoort wordt ingenomen, maar er lijkt niets aan de hand te zijn. De trein rijdt de grens over, waar van locomotief wordt gewisseld. Na een half uur wachten dendert de trein de nacht in, door ons volgende land op onze reis: Servië/Србија.