Deze post bevat maar weinig foto’s dankzij de vieze ramen van de bus…

Ik wilde graag mijn verjaardag in Sarajevo, Bosnië-Herzegovina, vieren. Tussen Kotor en Sarajevo bestaan geen directe busverbindingen en omdat er in de regio van Kotor niet zo heel veel autoverkeer is, was liften ook niet de beste optie.

Dus moesten we naar Nikšić (Никшић), de tweede of derde stad van het land, om daar over te stappen op de bus naar Sarajevo. Tegen een uur of zes zouden we dan in Sarajevo aankomen, was de theorie. Het liep anders.

IMG_8476

Dubbel pech

Ik schrok wakker van een harde klap bij het achterwiel van onze enigszins aftandse bus, gevolgd door een hoop binnenkomend stof. De bus komt schokkend tot stilstand. De bus die ons naar Nikšić bracht, kwam al moeilijk de steile helling bij Morinj op, maar kreeg nu dus ook nog pech op de hoogvlakte. Blijkbaar was het voor de chauffeur niets ernstigs: na een snelle check reed hij behoedzaam door. De bus hobbelde wel iets meer dan eerst.

Met een aardige vertraging kwamen we in het bloedhete Nikšić aan. Gelukkig moest de bus naar Sarajevo nog aankomen, we hadden een overstaptijd van 2 uur. Helaas, een half uur na de officiële vertrektijd was de bus naar Sarajevo er nog niet. Het personeel van het busstation werd wat zenuwachtig. Uiteindelijk kwam één van hen, zo’n drie kwartier na de officiële vertrektijd, ons vertellen dat de bus vandaag niet zou rijden; hij was kapot. Daar zaten we dan, nog ruim 200 kilometer van ons doel verwijderd, zonder goede kaart van de omgeving. Liften was onbegonnen werk: de route door de bergen werd maar door weinig mensen gebruikt.

Into the blue

We besloten een gok te wagen en op aanraden van twee Canadese meisjes die ook waren gestrand een minibus naar Žabljak (Жабљак), een rit van zo’n twee uur over haarspeldbochten in een bizar mooi berglandschap. Helaas bleek dat er vanuit hooggelegen Žabljak geen bussen naar Sarajevo reden en de lokale taxichauffeur vijftig euro vroeg om ons naar Sarajevo te brengen; niet bepaald een optie. Eén van de gidsen op het busstationnetje van het geïsoleerde bergdorpje wist dat er vanuit het nabijgelegen Pljevlja wél een bus naar Sarajevo reed. We hadden geen idee waar Pljevlja lag, want het stond niet op onze kaart of in onze Lonely Planet, maar we besloten de gok maar te nemen. De enige andere optie was óf in Žabljak blijven, of hopen dat we het vandaag nog terug naar Kotor konden halen.

Het minibusje hobbelde door het berglandschap verder en we begonnen langzamerhand al gewend te raken aan de wegen hier.  In het donker kwamen dan eindelijk in Pljevlja aan en moesten we nog op zoek naar een slaapplaats. Hostels of een tourist-information hadden ze er niet, maar na wat onderhandelen kregen we een hotelkamer voor  15 euro per persoon met douche. Het dametje achter de balie gaf ons meteen de (schijnbaar verplichte) immigratiekaart voor de douane mee. Doodvermoeid ploften we op bed in het ietwat vervallen, Sovjet-futuristisch vormgegeven hotel, hotel Pljevlja. Bij de receptie vonden we eindelijk een gedetailleerde kaart van Montenegro, waarop we meteen zagen dat we helemaal fout zaten: in het uiterste noordpuntje van Montenegro.

Verkeerd gegokt

De volgende ochtend was ik jarig, dus ik miste toch de directe bus Pljevlja-Sarajevo van zeven uur in de ochtend. Daardoor moesten we terug, terug naar Nikšić… Weer 3 tot 4 uur per minibus dwars door de bergen, om in Nikšić wéér een paar uur op de bus naar Sarajevo te moeten wachten. Dit keer kwam onze bus wél, een versleten Mercedes die tot ongeveer 1997 in Frankrijk heeft gereden. We vonden een plaatsje in de bloedhete bus en maakten het ons gemakkelijk.

De route van Nikšić naar Sarajevo gaat via de bergen en het Piva-stuwmeer bij Plužine (Плужине). Weer is het uitzicht bizar, op een gegeven moment staan de beide rotswanden langs het stuwmeer bijna rechtop. Tussen rotswand en meters diep meer zit soms maar een metertje of twee. Bij de grens met Bosnië-Herzegovina worden de paspoorten van de paar passagiers weer gecontroleerd en speurt een douanier even snel door de bagage. Daarna gaat de bus verder, Bosnië in. Wat een verschil: de wegen in dit deel van Bosnië zijn verschrikkelijk smal. Regelmatig drukt de bus tegenliggers bijna het ravijn in. Vanaf Brod rijdt de bus in een aardig tempo over de hoofdweg door de vallei. Ik blijf het maar herhalen; ook hier was het landschap prachtig.

Eindelijk kwamen we dan aan op het busstation van Sarajevo, een aantal kilometer buiten de Oude stad, waar we ons hostel hebben gereserveerd. Snel even pinautomaat in de Sarajevose buitenwijken vinden, wat Standaardmarken uit een pinautomaat trekken en met een afgeragde trolleybus naar de oude stad. Bij de bushalte worden we opgepikt door de zoon van de hostelbaas, die ons in zijn kleine busje door de smalle straatjes van de oude stad loodst. Bij het hostel stappen we uit; eindelijk zijn we dan in Sarajevo, na een omweg van ruim 250 kilometer en een vertraging van een ruime dag…

Dus, wat hebben we hiervan geleerd?

–          Neem een gedetailleerde land- en wegenkaart mee!

–          Niet te veel ‘gokken’ op busverbindingen; die zijn er niet altijd

–          Montenegro is een verschrikkelijk mooi land

–          Liften is in Noord-Montenegro geen optie: we kwamen nauwelijks andere weggebruikers tegen

Tips: Bussen in Montenegro

Vanaf Kotor zijn er grofweg drie opties om in Sarajevo te belanden: met de bus naar Niksic en daar overstappen op de paar keer per dag rijdende bus dwars door de bergen naar Sarajevo, of met de bus naar hoofdstad Podgorica en daar overstappen op de bus naar Sarajevo, óf naar het kuststadje Herceg Novi om daar over te stappen op een bus naar Sarajevo.

In Montenegro staat nog niet alles op internet, laat staan op een 9292.nl-achtige site en dat geldt al helemaal voor schimmige busmaatschappijtjes die de grens over gaan. Om een busrit met overstap te plannen, kan je jezelf het beste houden aan de beperkte informatie op internet (zoals hier en hier), je Lonely Planet en de tijden die op het busstation worden aangegeven.