Vaarwel Sarajevo, goedemorgen Mostar!

De ochtend na mijn ‘Bosnian night’ in Sarajevo vertrokken we in alle vroegte uit het hostel. Om zes uur ‘s ochtends stonden we onze tassen in te pakken, om half zeven stonden we beneden bij de Baščaršija op de tram te wachten. Die niet kwam.  We besloten een taxi te nemen; voor zeven DM werden we snel door het verkeer heen geloodsd.

Snel sprintten we het enorme station van Sarajevo binnen, de trein met eindbestemming Ploče (Kroatië) stond al klaar. Een locomotief, twee oude Zweedse wagons en een restauratiewagen vormden samen het korte treintje waar een grote groep backpackers zich in moest proppen. We vonden één vrije veel te lekkere stoel, waarin we om de beurt een dutje deden, om ons slaaptekort van de vorige nacht nog aan te vullen. Langzaam vertrekt de trein uit Sarajevo, om in de mist van de heuvels te verdwijnen.

Er rijden maar twee treinen per dag tussen Sarajevo en Mostar/Мостар (inmiddels geloof ik drie), waarvan er (destijds, tegenwoordig niet meer) één doorrijdt naar het Kroatische kustplaatsje Ploče. Eén trein rijdt vroeg in de ochtend, de ander laat in de avond. Allesbehalve ideaal dus.

Alweer verbluffend mooi

Ik blijf maar in herhaling vallen: ook de spoorlijn tussen Sarajevo en Mostar (en verder) is verbluffend mooi. De spoorlijn slingert zich door bergen, ravijnen, langs rotspunten en over stuwmeren heen. De helft van de tijd hing ik uit het raam om de frisse ochtendlucht op te snuiven. Ik zou zeggen: zie de foto’s.

 

Onofficieel hostel

Ik vond het bijna jammer dat we er in Mostar uit moesten, ik zat net lekker. Rugzak op en op zoek naar ons hostel, hostel Daca. Na een hoop gedwaal vonden we eindelijk de anonieme witte, nummerloze voordeur van het hostel. Een oud kettingrokend dametje heette ons welkom in een mengelmoesje van Frans, Engels en Servo-Kroatisch. We verstonden er nét genoeg van. We kregen bedden in een kamer met airconditioning, er was een balkon om op te eten, een klein keukentje en een prima douche-bad-combinatie. En dat voor minder dan 15 euro per persoon, helemaal mooi!

Mostar zelf is leuk, maar behoorlijk toeristisch. Overal souvenirkraampjes, vooral rond de grote brug die het islamitische deel van de stad met het christelijke deel verbindt. Op de grote brug vroegen Roma-jongens geld om vanaf de brug te springen terwijl backpackers beneden bij het water van de Neretva van de zon genoten. De twintig meter hoge oude brug, die ooit vernietigd werd in 1993 in de oorlog vernietigd, nadat hij zo’n 400 jaar lang had overleefd. Pas sinds 2004 is de brug herbouwd en zijn beide zijden van de stad weer ‘herenigd’. De jongens van de stad kunnen weer van de brug af duiken, zoals hun voorouders traditioneel al deden. Aan het eind van juli wordt er zelfs een duikwedstrijd gehouden; helaas hebben wij die gemist.

Door de grote hitte besloten we naar het zwembad te gaan, omdat de sterke stroming van de ijskoude Neretva het wat tricky maakt om te gaan zwemmen op plekken waar je niemand ziet. Om de volgende dag weer echt wat te kunnen doén, boekten we een rafttocht, verder stroomopwaarts op de Neretva.

Rafting, Bosnian Style

Raften op de Neretva is iets dat ik iedereen kan aanraden. Onze gids pikte ons op bij de bushalte in Konjic, een stadje bij een meer, zo’n zestig kilometer met de bus. De dag begon met een lekker ontspannen ontbijtje in een restaurant langs de weg: eitje, koffie, worstjes, vers brood. Daarna nam hij ons mee naar zijn huis, om daar met zijn vader de boot op het dak van onze bus te sjouwen. Met touwen werd het geheel vast gezet; zou in Nederland nooit mogen. Vervolgens reed hij een klein B-weggetje op, om via heel veel s-bochten en een paar keer stoppen voor kuddes koeien boven een of ander meer uit te komen: uitzichtpauze! Daarna reed hij verder naar beneden, om ons bij de Neretva eruit te zetten. We hesen de boot van de auto het water in, deden onze wetsuits aan en gingen op pad. Helm en zwemvesten hadden we wel mee, maar die waren niet direct nodig, volgens onze gids.

Op een uiterst ontspannen tempo peddelden we de Neretva af. Er waren een paar waterversnellingen, waarbij we wél onze reddingsvesten en helm op moesten, maar voor de rest vond de gids dat we vooral moesten genieten van de natuur en de rust van het dunbevolkte gebied. Halverwege de route was het tijd om te eten: onze gids maakte een kampvuurtje en ging daarop vervolgens Cevapi met verse ui en tomaten uit zijn tuin klaarmaken, terwijl wij ons drinkwater uit een beekje konden halen en een beetje in onze zwemvesten door de stroomversnelling konden duiken. Paradijselijk.

Na het eten vervolgden we onze ‘vaart’ door de kloven en canyons van het gebied. De gids liet ons zien waar we veilig van de rotsen (11m hoog) konden springen en waar het water warm genoeg was om langere tijd in te zwemmen. Daarna keerden we langzaam weer terug naar de bewoonde wereld: vanaf bruggen deden jonge mannen aan schoonspringen en zelfs ik deed een poging, kinderen dobberden wat rond in het water, anderen lagen te zonnen. Aan het eind van de dag hadden we zo’n 23 kilometer op het water afgelegd, maar waren we helemaal uitgerust. Heerlijk. Met de bus keerden we terug naar Mostar, om nog even snel wat goedkoop ijs te halen en te koken, terwijl de temperatuur eindelijk weer wat dragelijker werd in de avond. Met een vuurpijl werd het einde van de dag aangegeven: de moslims mochten weer eten, en het leven keerde op straat terug. Na een laatste rondje door Mostar gingen we terug naar huis, want de volgende dag moesten we weer vroeg op om afscheid te nemen van Bosnië-Herzegovina.