Vandaag willen we naar de Kroatische kust om een paar dagen te ontspannen in Split. Het idee is om de ochtendtrein te nemen naar Ploce, om vanaf daar verder te liften. Het liep anders.

Vergeten

Mostar, ‘s ochtends vroeg. We zijn op het station als Antine er achter komt dat ze iets is vergeten in het hostel. Iets dat echt mee moet. De trein naar Ploce, Kroatië, zou in principe over een kwartiertje aan moeten komen, maar in de Balkan weet je het nooit. Tegen beter weten in sprint Antine terug de stad in, naar het hostel.

En ja hoor, de trein kwam slechts drie minuutjes te laat aan. Te weinig voor de arme Antine naar het hostel op en neer te rennen. Terwijl ik op de zware backpacks let, zie ik de trein aankomen, de reizigers uitstappen en langzaam weer vertrekken. De volgende trein zou pas in de avond gaan. Fijn.

Volgens de kaart moet het ook over de weg te doen zijn. Voor de bus hebben we geen geld meer, bovendien weten we niet of en wanneer er een directe bus gaat. Liften is de beste optie. We lopen een eind de bloedhete straten van Mostar door, langs een in de oorlog vernield gebouw, dat een historisch museum lijkt te zijn geweest. Op onze wandeltocht naar de hoofdweg valt het op hoeveel gebouwen nog steeds in puin liggen in de buitenwijken. Blijkbaar is de oorlog hier nog steeds niet uit het geheugen verdwenen. Dat geeft een bizar gevoel. We beseffen ineens dat we niet eens naar de free tour zijn geweest. Er blijkt er ook geen een te zijn: Mostar is zo rete-toeristisch dat er niet aan gratis tours gedaan wordt.

Op de weg

Bij een tankstation langs een nét iets te rustige hoofdweg proberen we ons geluk. Na een klein half uurtje wachten worden we opgepikt door een Kroaat, onderweg naar Dubrovnik. In zijn kleine, met airco uitgeruste auto scheuren we richting grens. Bij Metkovic is de grenscontrole, maar we hoeven niet eens onze paspoorten te laten zien; de douaniers kennen onze bestuurder, die regelmatig met toeristen vanaf een hotel in Dubrovnik naar Mostar rijdt. Geen stempel dus. Lekker poreus, die nieuwe grenzen van Europa! Overigens balen de Bosniërs wel van de grensovergang. Zij (en Serviërs) ondergaan wel grondige controles en moeten een paspoort aanschaffen om hun familie in Kroatië te bezoeken. “In Joegoslavië was het beter”, vond onze hostelbazin in Mostar. Onze bestuurder beaamt dat.

Hitte

Net over de grens zet de bestuurder ons af bij Opuzen, bij de afslag naar Split. Het is bloedheet, en we worden maar niet opgepikt. Een paar keer doen mensen voor de grap alsof ze gaan stoppen, maar rijden dan snel door. Lachen joh.

We besluiten een stuk te lopen, naar de weg Dubrovnik-Split. Hier worden we uiteindelijk opgepikt door een jonge Kroatische gids uit Split, die ons via de prachtige kustroute (op de binnenlandse snelweg moet hij tol betalen) naar Split brengt. Ook hij praat weer honderduit over de achteruitgang na de val van Joegoslavië (instorting industrie, oorlog, werkloosheid, inflatie), maar ook over hoe Servië Kroatië uitbuitte in de tijd van Joegoslavië. Europa heeft Kroatië nog niet veel gebracht, maar in ieder geval gaat het met het toerisme goed, vindt hij. “Vooral veel Nederlanders de laatste tijd”, merkt hij op. “Omdat het voor jullie hier zo goedkoop is zeker.” Niettemin hebben we een gezellige babbel en weet hij veel over de mooie Dalmatische kust. Omwille van de tijd rijdt hij flink door, maar anders had hij ons graag nog even wat dingen laten zien.

“Sobe, Zimmer, Room!”

In Split zet hij ons af voor een hostel, maar helaas: Split staat bekend om zijn bizar hoge hostel- en hotelprijzen en ook hier is het niet anders. We besluiten maar een ‘Sobe’ bij de verhuurders op straat te zoeken, een kamer van een particulier. We lopen een paar keer mee, informeren hier en daar wat, onderhandelen wat met de kamerverhuurders in de haven en komen uiteindelijk voor zeventig euro aan een appartement voor twee nachten in het centrum van Split. Met keuken en douche. Na 180 kilometer liften en vele uren in de brandende zon, niet verkeerd!